Pensioenakkoord: Voorontwerp van Wet d.d. 21 juni 2011

Dit akkoord betekent dat het reeds bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel op diverse punten wordt gewijzigd.

AOW

De wijziging van de AOW-leeftijd blijft ten opzichte van het oorspronkelijke wetsvoorstel onveranderd staan op 66 jaar in 2020 en – naar verwachting – 67 jaar in 2025.
De indexatie van de AOW-uitkering wordt gekoppeld aan de stijging van contractlonen plus 0,6% tot en met 2028.
Flexibele pensionering blijft mogelijk. Een jaar eerder of later AOW ontvangen betekent een korting respectievelijk verhoging met 6,5%. De AOW mag niet eerder ingaan dan op 65 jaar. Al vanaf 2013 kan de AOW maximaal 5 jaar later ingaan dan de pensioengerechtigde leeftijd.

Pensioenfondsen

Het pensioen dat wordt opgebouwd bij een pensioenfonds is niet langer onvoorwaardelijk gegarandeerd.
Er wordt een premiestabilisatie ingevoerd. Dat wil zeggen dat grote verschuivingen in levensverwachting en op de financiële markten niet langer worden opgevangen door hogere of lagere premies.

Arbeidsmarktbeleid

Er komt een mobiliteitsbonus. Dit is een samenvoeging van de doorwerkbonus en de arbeidskorting.
Een werkgever die een 55-plusser in dienst neemt krijgt een premiekorting.
Bij dreigend ontslag moet binnen de eigen organisatie worden gezocht naar een oplossing. Lukt dit niet, dan moet de werkgever de werknemer begeleiden bij het vinden van een andere baan.
Tijdens de WW mag een langdurige opleiding worden gevolgd met behoud van uitkering.
Deeltijdpensioen zal worden gepromoot.
De STAR pleit ervoor om binnen de levensloop en de geplande Vitaliteitsregeling de mogelijkheid voor een volledig vroegpensioen in stand te laten.

Witteveenkader

De maximale pensioenopbouwpercentages blijven ongewijzigd ten opzichte van het huidige fiscale kader namelijk 2% binnen een eindloonregeling en 2,25% binnen een middelloonregeling.
De fiscale pensioenrichtleeftijd schuift mee met de AOW-leeftijd. De in de pensioenregeling opgenomen pensioenleeftijd moet dus worden aangepast naar 66 jaar in 2013 en naar 67 jaar in 2015.

Overige fiscale maatregelen

Dotatie oudedagsreserve wordt verlaagd naar 11,7% in 2013 en 11,4% in 2015. Daarna volgt een verlaging met 0,3% voor ieder jaar dat de pensioenleeftijd verder omhoog gaat dan 67 jaar.
De jaarruimte voor lijfrenteaftrek wordt vanaf 2013 verlaagd van 17% naar 16,5% van de premiegrondslag en in 2015 wordt het percentage verder verlaagd naar 16%. Ook hier volgt een verlaging maar nu met 0,5% voor ieder jaar dat de pensioenleeftijd na 2020 verder omhoog gaat.
 

Bron: Auxilium adviesgroep